Met vijf ‘Letters Of Cooperation’ (LOC’s) hebben verschillende leden en partners van het Deltalinqs Climate Program afgesproken om in 2020 te werken aan de nieuwe energiemix & infrastructuur, alternatieve brandstoffen & energiedragers en een circulaire haven & industrie. Allemaal met als doel een succesvolle energie- en grondstoffentransitie te realiseren. Elke LOC heeft ambassadeurs. Ruben Beens (BP) is ambassadeur van LOC 4: waterstof. Wat speelt hier en hoe ziet hij zijn rol hierin?

Waarom ben je ambassadeur van deze LOC geworden?
"Ik vind het een ontzettend belangrijk onderwerp. Waterstof wordt een cruciale energiedrager in de industrie van de toekomst. Met projecten als H-vision en H2-Fifty laten we ook als BP zien dat het ons menens is. Het kan helpen onze productie en onze producten schoner te maken. En dat is iets dat BP in zijn nieuwe strategie volledig heeft omarmd."

Wat is het belangrijkste doel van jouw LOC?
"We brengen de mogelijkheden voor waterstof als energiedrager voor de Rotterdamse Haven in kaart. Het Haven Industrieel Complex maakt concrete stappen naar een CO2-arme waterstofeconomie via opschaling en uitrol van waterstofproductie, van grijs via blauw naar groen. Voor de grootschalige inzet van waterstof zijn naast technologische innovaties ook aanpassingen aan de bestaande infrastructuur nodig. Rotterdam kan zich ontwikkelen tot een hub waar blauwe en groene waterstof wordt gemaakt, geïmporteerd, gebruikt en verhandeld."

Wat vind je zelf belangrijk?
"Binnen BP willen we opschalen in het opwekken van hernieuwbare energie. We wekken nu wereldwijd 2,5 GW op en dat zal in 2030 50 GW zijn. Het streven naar meer hernieuwbare energie geldt voor meer grote industriële bedrijven en voor de overheid. Rotterdam heeft als grootste haven van Europa, mede dankzij de unieke ligging, een cruciale rol in de energietransitie. Binnen Deltalinqs Climate Program doen we er alles aan om in Rotterdam de transitie succesvol te maken. Daar is mij persoonlijk ook veel aan gelegen."

Wat zijn hierin de belangrijkste uitdagingen?
"Ik zie drie grote uitdagingen. De eerste is dat we nog lang niet genoeg groene elektriciteit hebben om groene waterstof te maken. Wij willen uiteindelijk naar grootschalige inzet van groene waterstof, maar als tussenfase hebben we blauwe waterstof nodig. Dat betekent dus met CO2-afvang en -opslag: het project Porthos. De tweede uitdaging is dat groene waterstof commercieel aantrekkelijker moet worden. Het is nu nog veel te duur. En als derde uitdaging zie ik het tijdspad: we hebben nog maar negen jaar tot 2030 en dan moeten we het voor elkaar hebben. Er is nog geen passende regelgeving en nog geen infrastructuur. Dat wordt spannend en het vereist politieke moed om dit voor elkaar te krijgen. De bedrijven zijn er klaar voor. Ik hoop dat, naast corona, de energietransitie een groot thema blijft in de politiek en de media. En dat het ons als industrie lukt om ons beter te profileren. De industrie heeft een imagoprobleem, dat moet veranderen en dat lukt alleen als we laten zien dat we onmisbaar zijn én flinke stappen zetten in duurzamer produceren."

En de kansen?
"Als het ons lukt om in 2030 grootschalig waterstof toe te passen bereiken we een enorme CO2-reductie. Bij de raffinaderij van BP hier in Rotterdam gaat dat om wel zestig procent en dat geldt voor meer raffinaderijen en chemiebedrijven."

Heb je het idee dat er voldoende voortgang wordt geboekt?
"Op zich sta ik er positief in, er liggen nu heel veel waterstofplannen klaar voor uitvoering. Maar wanneer gaat de schop de grond in? Het moet echt sneller. Zeker gezien de beschikbare tijd tot 2030 denk ik dat er heel veel te doen is. Het is twee voor twaalf."